ECLI:NL:GHAMS:2008:BD0557
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Bouman
- J.C.W. Rang
- F.A.A. Duynstee
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussenbeslissing kamer van toezicht notarissen
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het hoger beroep centraal tegen een beslissing van de kamer van toezicht over notarissen en kandidaat-notarissen te Amsterdam. Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) had een klacht ingediend tegen een notaris over niet-naleving van de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties (Wet Mot).
De notaris voerde aan dat het BFT niet bevoegd was om klachten in te dienen en dat het hoger beroep tegen de tussenbeslissing van de kamer niet ontvankelijk was. Het hof oordeelde dat het BFT wel ontvankelijk was als klager omdat het toezicht op de naleving van de Wet Mot aan het BFT is opgedragen. Ook stelde het hof dat het besluit waarbij medewerkers van het BFT als toezichthouders zijn aangewezen rechtsgeldig is.
Het hof overwoog dat de beslissing van de kamer een tussenbeslissing betrof, die geen einde maakte aan de procedure en daarom niet als einduitspraak kon worden aangemerkt. Op grond van artikel 107 Wna Pro is hoger beroep alleen mogelijk tegen einduitspraken. Daarom verklaarde het hof het hoger beroep van de notaris niet ontvankelijk.
De notaris werd wel in de gelegenheid gesteld om inhoudelijk verweer te voeren tegen de klacht van het BFT. De uitspraak werd gedaan door drie raadsheren van het gerechtshof Amsterdam op 17 april 2008.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de notaris niet ontvankelijk omdat het een tussenbeslissing betreft en geen einduitspraak.