ECLI:NL:GHAMS:2008:BD0893
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bockwinkel
- S. Clement
- M.J.J. de Bontridder
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep verzoek schuldeisers te bevelen in te stemmen met schuldregeling
Appellant [X] heeft bij het gerechtshof Amsterdam hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam, waarin zijn verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling was afgewezen. In hoger beroep verzocht appellant primair het hof om de schuldeisers te bevelen in te stemmen met een schuldregeling die eerder door de Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam was aangeboden en door de schuldeisers was afgewezen.
Het hof heeft allereerst de ontvankelijkheid van dit verzoek beoordeeld. Op grond van artikel 287a lid 1 van de Faillissementswet, dat per 1 januari 2008 in werking is getreden, kan een schuldenaar de rechtbank verzoeken schuldeisers te dwingen mee te werken aan een schuldregeling. Dit verzoek moet gelijktijdig met het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling bij de rechtbank worden ingediend.
Het hof oordeelt dat uit de wettekst niet blijkt dat een dergelijk verzoek voor het eerst in hoger beroep kan worden gedaan. Dit strookt niet met het wettelijke systeem, waarin schuldeisers de mogelijkheid hebben om hun bezwaren in twee feitelijke instanties naar voren te brengen. Daarom verklaart het hof appellant niet ontvankelijk in het eerst in hoger beroep gedane verzoek ex artikel 287a lid 1 Fw. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsanering kan ook niet worden ontvangen voor de situatie die zich nu voordoet.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis en verklaart appellant niet ontvankelijk in beide onderdelen van zijn in hoger beroep gewijzigde verzoek. Tegen dit arrest kan binnen acht dagen beroep in cassatie worden ingesteld.
Uitkomst: Appellant is niet ontvankelijk verklaard in het eerst in hoger beroep gedane verzoek ex artikel 287a lid 1 Fw.