ECLI:NL:GHAMS:2008:BD3557
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.F. Goes
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verkrijgingsprijs gewone aandelen bij geruisloze inbreng met latente belastingclaim
Belanghebbenden brachten hun ondernemingen geruisloos in een besloten vennootschap in en stelden de verkrijgingsprijs van hun gewone aandelen vast op basis van een latente vennootschapsbelastingclaim van circa 12%, terwijl de inspecteur uitging van 20% conform standaardvoorwaarden. De rechtbank had de inspecteur gevolgd en de verkrijgingsprijs vastgesteld op basis van 20%, maar belanghebbenden gingen in hoger beroep.
Het Hof oordeelde dat de verkrijgingsprijs van aanmerkelijk-belangaandelen moet worden bepaald op de werkelijke waarde die door de belastingplichtige is opgeofferd, waarbij de latente belastingclaim moet worden gewaardeerd op de werkelijke economische waarde en niet op een vaste 20%. Dit volgt uit de wetsgeschiedenis en het gewijzigde regime vanaf 1997, waarin het voordeel uit aanmerkelijk belang subjectief wordt belast.
Verder concludeerde het Hof dat de standaardvoorwaarden die een latentie van minimaal 20% voorschrijven, niet bindend zijn voor de vaststelling van de verkrijgingsprijs in deze context. Het Hof stelde de verkrijgingsprijzen vast op de door belanghebbenden berekende bedragen en wees de inspecteur toe in de proceskosten van het hoger beroep. De rechtbank-uitspraak werd vernietigd, behalve de beslissingen over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hof stelt de verkrijgingsprijs van de gewone aandelen vast op de door belanghebbenden berekende waarde met een latente belastingclaim van circa 12%, en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van het hoger beroep.