ECLI:NL:GHAMS:2008:BD6845
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aanslag waterschapsbelasting met discussie over WOZ-waarden en proceskostenvergoeding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag waterschapsbelasting over 2006, waarbij discussie ontstond over de WOZ-waarden van onroerende zaken, met name voor de panden C-straat 0 boven en D-straat 0 boven. De heffingsambtenaar had de aanslag gebaseerd op WOZ-waarden die pas later formeel waren vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk, waarbij zij oordeelde dat alleen de bekendgemaakte WOZ-beschikking als heffingsmaatstaf geldt.
Belanghebbende stelde dat hij onterecht beroep had moeten instellen en vorderde proceskostenvergoeding. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar terecht de WOZ-waarden gebruikte die hem ter beschikking stonden, ook al waren deze nog niet onherroepelijk vastgesteld. Het hof verwierp de uitleg van belanghebbende dat alleen de bekendgemaakte beschikking maatgevend is, in lijn met eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de aanslag betrof en bepaalde dat de heffingsambtenaar opnieuw uitspraak moet doen op het bezwaar. Hoewel het beroep gegrond werd verklaard, kende het hof slechts een beperkte proceskostenvergoeding toe, omdat belanghebbende op de hoogte was van de aanpassing van de aanslag na onherroepelijke WOZ-beschikkingen en de procedure feitelijk zinledig was. De heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en reiskosten.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de aanslag betreft, draagt de heffingsambtenaar op opnieuw uitspraak te doen en veroordeelt hem tot beperkte proceskostenvergoeding.