ECLI:NL:GHAMS:2008:BD8031
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vergrijpboete voor onterechte aftrek lijfrentepremies
Belanghebbende, een belastingadviseur, bracht premies voor kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule onterecht in aftrek over de jaren 2001 en 2002. De inspecteur legde navorderingsaanslagen en boetes op wegens vermeende grove schuld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de boetes.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat hij handelde in goed vertrouwen op advies van een deskundige en dat sprake was van dwaling, waardoor grove schuld ontbrak. Het hof oordeelde dat er verwijtbaarheid bestond omdat belanghebbende onvoldoende onderzoek deed, maar dat dit niet de drempel van grove schuld overschreed. Het hof verwierp het standpunt van de inspecteur dat elke fout van een fiscalist automatisch grove schuld inhoudt.
Het hof vernietigde de boetebeschikkingen en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en griffierechten. Tevens bevestigde het hof dat de inspecteur bevoegd was navordering toe te passen omdat sprake was van een nieuw feit, namelijk het niet aanpassen van de polissen na wetswijzigingen. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De boetebeschikkingen worden vernietigd wegens ontbreken van grove schuld, met veroordeling van de inspecteur in proceskosten.