ECLI:NL:GHAMS:2008:BD9206
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.F. Faase
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over valutakeuze lening en aftrek koersverlies bij intercompany lening
Belanghebbende, een Nederlandse vennootschap, had in 2001 een lening verstrekt aan haar moedervennootschap, waarbij onduidelijkheid bestond over de valuta waarin de lening was aangegaan: euro’s of Amerikaanse dollars. De rechtbank Haarlem had geoordeeld dat de lening in US dollars was aangegaan, waardoor belanghebbende het koersverlies mocht aftrekken.
De inspecteur stelde hoger beroep in en betoogde dat de lening in euro’s was aangegaan, zodat geen koersverlies kon worden afgetrokken. Het Hof stelde vast dat belanghebbende geen eigen administratie voerde en daarmee niet voldeed aan haar administratie- en bewaarplicht volgens artikel 52 AWR Pro. Bovendien ontbrak bewijs dat de lening in US dollars was overeengekomen, mede omdat de onderliggende betalingen en dividenduitkeringen in euro’s waren gedaan.
Het Hof concludeerde dat de lening in euro’s was aangegaan en dat het vermeende koersverlies een niet-aftrekbare winstuitdeling betrof. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en het koersverlies niet in aftrek genomen.