ECLI:NL:GHAMS:2008:BD9207
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verrekening onverrekend verlies na aandeelhouderswijziging
Belanghebbende werd door de inspecteur een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd over het jaar 2004, waarbij een beschikking werd genomen die het verrekenen van verliezen uit voorgaande jaren op nihil stelde. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze verliesverrekeningsbeschikking, maar dit werd door de inspecteur ongegrond verklaard. De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en stelde een deel van het verlies uit 2000 en 2002 vast voor verrekening.
In hoger beroep stond centraal of het nog onverrekende verlies uit 1993 terecht was geweigerd op grond van artikel 20a, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Het hof nam het oordeel van de rechtbank over dat vanwege een belangrijke wijziging in het uiteindelijke belang van belanghebbende de verliesverrekening niet is toegestaan. De gehele keten van vennootschappen moet worden doorlopen om de uiteindelijke aandeelhouder vast te stellen.
Het hof oordeelde dat de rechtbank de feiten juist had vastgesteld en dat geen nieuwe feiten waren aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. Daarom werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 9 juli 2008 door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het verlies uit 1993 niet mag worden verrekend vanwege wijziging in het uiteindelijke belang van de aandeelhouder.