ECLI:NL:GHAMS:2008:BD9908
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Wefers Bettink
- Van Gelder
- Ernes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ondertoezichtstelling kind wegens vermeende bedreiging belangen
In deze zaak is in eerste aanleg een ondertoezichtstelling van het kind bevolen vanwege vermeende bedreiging van diens zedelijke, geestelijke belangen of gezondheid. De moeder kwam in hoger beroep tegen deze beschikking en betoogde dat de rechtbank de raad en vader niet-ontvankelijk had moeten verklaren in hun verzoek.
Het hof oordeelde dat het mondelinge verzoek tot ondertoezichtstelling, vastgelegd in griffieraantekeningen, voldoet aan de schriftelijkheidseis en dat de moeder voldoende gelegenheid tot verweer heeft gehad. Vervolgens heeft het hof de gronden voor ondertoezichtstelling inhoudelijk getoetst.
Uit de stukken en mondelinge behandeling bleek onvoldoende dat het ontbreken van een omgangsregeling tussen het kind en de vader, of een mogelijk loyaliteitsconflict, een ernstige bedreiging van het kind vormt. Ook de eerder gemelde problemen tussen moeder en haar nieuwe partner waren niet meer vastgesteld. Een gepland onderzoek naar de ontwikkeling van het kind werd als nuttig beoordeeld, maar niet zodanig dat ondertoezichtstelling noodzakelijk was.
Het hof vernietigde daarom de beschikking van de kinderrechter en wees de verzoeken van de raad en vader af, waarmee de ondertoezichtstelling werd opgeheven.
Uitkomst: Het hof vernietigt de ondertoezichtstelling en wijst de verzoeken van de raad en vader af.