ECLI:NL:HR:2000:AA4852
Hoge Raad
- Cassatie
- Korthals Altes
- Urlings
- Zuurmond
- Pos
- Monné
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van onteigeningsprocedure en noodzaak tot onteigening bij gewijzigde omstandigheden
In deze zaak vorderden de gemeenten Eindhoven en Oirschot vervroegde onteigening van onroerende zaken van Strijpse Kampen B.V., Rhee-Bra C.V., Bouwbedrijf [eiser 3] B.V. en natuurlijke personen. De rechtbank wees de verzoeken tot tussenkomst van Rhee-Bra en Bouwbedrijf af en sprak de onteigening uit. Eisers tot cassatie bestreden dit oordeel met name op grond van de stelling dat zij zelf in staat zijn de bestemming waarvoor onteigend werd, te realiseren.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechter in een onteigeningsprocedure slechts mag toetsen of de onteigenende partij bij het nemen van het besluit in redelijkheid tot het oordeel kon komen dat zelfrealisatie niet mogelijk was, en dat deze toetsing moet plaatsvinden op basis van feiten die tijdig voorafgaand aan het onteigeningsbesluit zijn ingebracht. Nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden na het besluit kunnen niet leiden tot een zelfstandige beoordeling van de noodzaak tot onteigening.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Strijpse Kampen c.s. en verklaarde Rhee-Bra en Bouwbedrijf niet-ontvankelijk in hun beroep. Tevens werd geoordeeld dat de gemeenten voldoende serieus hadden onderhandeld over schadeloosstelling. De Hoge Raad bevestigde daarmee het belang van rechtszekerheid en de afgebakende rol van de rechter in onteigeningsprocedures.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers tot cassatie is verworpen en de onteigening is bevestigd.