ECLI:NL:GHAMS:2008:BF3208
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M.A. Verscheure
- J.E. Molenaar
- G.J.T.M. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst blijft bestaan door wilsgebrek bij beëindigingsovereenkomst
De werknemer sloot op 22 augustus 2000 een arbeidsovereenkomst met de werkgever. In 2003 tekende hij een nieuwe arbeidsovereenkomst met Allround Nederland B.V., in de veronderstelling dat deze besloten vennootschap het bedrijf van de werkgever zou overnemen. Deze BV is echter nooit opgericht en de onderneming is niet overgenomen.
De werknemer stelt dat daardoor sprake is van een wilsgebrek bij de totstandkoming van de beëindigingsovereenkomst met de werkgever, waardoor de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst voortduurt. De werkgever bracht stukken in die een bedrijfsovername zouden ondersteunen, maar deze betroffen slechts de verkoop van drie auto's en een lening, wat onvoldoende is om van een overname te spreken.
Het hof oordeelt dat de werknemer terecht een beroep doet op wilsgebrek en dat de arbeidsovereenkomst met de werkgever is blijven voortbestaan. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van salaris en vakantietoeslag vanaf 1 juni 2003, met een wettelijke verhoging van 10 procent en rente. De vordering jegens de derde partij wordt afgewezen.
Het bestreden vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd, behalve de reeds toegewezen onderdelen. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten ten gunste van de werknemer, terwijl de werknemer in de kosten ten gunste van de derde wordt veroordeeld, welke nihil worden gesteld.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst tussen werknemer en werkgever is blijven voortbestaan en werkgever is veroordeeld tot betaling van salaris vanaf juni 2003.