ECLI:NL:GHAMS:2008:BF3814
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- P. Ingelse
- E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell
- H.F. Doeleman
- Rechtspraak.nl
Executoriale veiling en retentierecht: geen kostenverhaal op koper
In deze zaak stond centraal de executoriale veiling van zes appartementen te Loosdrecht, waarbij de vraag speelde wie de kosten van de handhaving van een retentierecht van WBC Aannemingsbedrijf BV moest dragen. Praedium Amsterdam I B.V. had de appartementen geveild en verkocht aan Paragem Holding BV, die Elvestia Beleggingen B.V. als koper aanstelde. Na levering ontstond een geschil over de retentierechten die WBC uitoefende op de appartementen wegens een vordering op een zustervennootschap van de failliete eigenaar.
Praedium vorderde dat Elvestia de retentierechten moest accepteren en dat het beslag op de appartementen beperkt of opgeheven zou worden, terwijl Elvestia vorderde dat Praedium het retentierecht moest opheffen. De voorzieningenrechter wees de vordering van Elvestia toe en veroordeelde Praedium tot opheffing van de retentierechten tegen betaling van € 300.000,-.
Het hof oordeelde dat het retentierecht niet als een bijzondere last of beperking in de zin van artikel 15 AVEA Pro 2001 was vermeld in de veilingvoorwaarden en dat het aanbod op de veiling niet inhield dat de koper de handhaving van het retentierecht zou aanvaarden. Ook de ervaring van Elvestia als professionele partij maakte dit niet anders. Praedium was derhalve verplicht de appartementen vrij van het retentierecht te leveren en de retentierechten op te heffen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde Praedium in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat Praedium veroordeelt tot opheffing van het retentierecht en verwijst Praedium in de kosten van het hoger beroep.