ECLI:NL:PHR:2013:BY3235
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verklaring over mededelingsplicht en onderzoeksplicht bij koopovereenkomst Emfloc met CFR-leveringsvoorwaarde
De zaak betreft een koopovereenkomst tussen Hanseland B.V. en AOC over levering van Emfloc, een gemodificeerd aardappelzetmeel, bestemd voor Saudi Aramco. De levering vond plaats onder het Incoterm CFR Dammam Port, waarbij de goederen al in de haven van Dammam aanwezig waren. Na ontvangstproblemen vanwege opslag- en containerhuurkosten die Saudi Aramco weigerde te betalen, ontbond AOC de overeenkomst wegens wanprestatie of vernietigde deze wegens dwaling.
De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof Leeuwarden vernietigde dit oordeel en wees de vordering af. Het hof legde uit dat volgens het CFR-beding de kosten voor opslag en containerhuur in beginsel voor rekening van de koper komen, ook als de goederen al in de haven zijn aangekomen. Tevens oordeelde het hof dat AOC als professionele partij geacht moet worden te hebben geweten dat de free time van tien dagen na ontscheping mogelijk was verstreken, waardoor kosten konden ontstaan.
In cassatie stelde AOC dat Hanseland een mededelingsplicht had over de kosten en dat zij zelf geen onderzoeksplicht had. De Hoge Raad bevestigde dat hoewel een mededelingsplicht op de verkoper rust, in dit geval AOC voldoende kennis had van de kostenrisico's en de ontschepingsdatum niet was vermeld door Hanseland, waardoor AOC had moeten informeren. De Hoge Raad verwierp het beroep op dwaling en bevestigde dat de kosten volgens het CFR-beding voor rekening van AOC komen. Ook het beroep op artikel 7:15 BW Pro (levering vrij van lasten) faalde, omdat AOC de kosten uitdrukkelijk had aanvaard door het CFR-beding te accepteren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van AOC wordt verworpen; Hanseland is niet tekortgeschoten en AOC draagt de kosten conform het CFR-beding.