ECLI:NL:GHAMS:2008:BF8863
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- S.T.M. Beelen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt dat kronen geen hulpmiddel zijn voor belastingaftrek
Belanghebbende had in zijn aangifte inkomstenbelasting 2004 kosten voor het plaatsen van kronen opgevoerd als buitengewone uitgaven in verband met ziekte, met toepassing van een verhogingsfactor van 65% volgens artikel 6.24 Wet IB 2001. De inspecteur stelde dat een kroon geen hulpmiddel is in de zin van artikel 6.17 Wet IB 2001 en paste de verhogingsfactor niet toe, wat leidde tot een hogere aanslag.
De rechtbank Haarlem had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd, waarbij zij oordeelde dat de kosten van kronen en het aanbrengen daarvan in aanmerking kwamen voor de verhogingsfactor. Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
Het Hof stelde vast dat het plaatsen van een kroon tot het onderhoud van het gebit behoort en het oorspronkelijke gebitselement behoudt. Een kroon stelt een persoon niet in staat tot het verrichten van een lichaamsfunctie waartoe hij zonder die kroon niet in staat zou zijn, in tegenstelling tot een kunstgebit. Daarom kwalificeert een kroon niet als hulpmiddel in de zin van de Wet IB 2001, en is de verhogingsfactor niet van toepassing.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en bevestigde de aanslag van de inspecteur. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan partijen.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag van de inspecteur bevestigd.