ECLI:NL:GHAMS:2008:BG3652
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctie aanslag inkomstenbelasting ondanks dubbele heffing bij fiscale partners
Belanghebbende had in zijn aangifte over 2004 abusievelijk een bedrag van €18.221 aan loon uit vroegere dienstbetrekking bij zijn echtgenote aangegeven in plaats van bij zichzelf. De inspecteur bracht een correctie aan op de aanslag van belanghebbende en verhoogde het belastbaar inkomen, terwijl de aanslag van de echtgenote onherroepelijk was vastgesteld met dat bedrag inbegrepen.
Belanghebbende voerde aan dat correctie niet meer mogelijk was omdat het bedrag reeds bij zijn echtgenote was belast en correctie bij hem tot dubbele heffing zou leiden. De inspecteur stelde dat hij de aanslag van de echtgenote ambtshalve mocht verminderen, wat ook is gebeurd, zodat dubbele heffing is voorkomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, stellende dat het loon uit vroegere dienstbetrekking niet tot gemeenschappelijke inkomensbestanddelen behoort en dus niet aan de echtgenote kon worden toegerekend. Het hof bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af. Tevens oordeelt het hof dat de inspecteur bevoegd is de aanslag van de echtgenote ambtshalve te verminderen, waardoor dubbele heffing is uitgesloten.
De uitspraak bevestigt dat correcties op aanslagen ook kunnen plaatsvinden als het bedrag reeds bij de fiscale partner is belast, mits dubbele heffing wordt voorkomen door ambtshalve vermindering van de aanslag van de partner.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagcorrectie bevestigd.