ECLI:NL:GHAMS:2008:BG5153
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- J.P.A. Boersma
- J.W. van der Voort
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en rechtsmiddelen bij inhouding loonheffing optierechten
Belanghebbende verzocht de inspecteur om een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2000 op te leggen, om zo de hoogte van de ingehouden loonheffing betreffende optierechten te betwisten. De inspecteur weigerde dit, waarna belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde tegen de weigering.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de weigering van de inspecteur geen besluit in de zin van artikel 26 AWR Pro is en dus niet vatbaar is voor bezwaar en beroep. Het Gerechtshof onderschreef dit oordeel en benadrukte dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in de AWR niet toestaat dat tegen een weigering tot het opleggen van een navorderingsaanslag bezwaar of beroep wordt ingesteld.
Het hof wees erop dat belanghebbende wel rechtsmiddelen had tegen de primitieve aanslag inkomstenbelasting en de inhouding van loonbelasting, maar dat het niet benutten daarvan voor zijn rekening komt. Het hof oordeelde dat het creëren van een aparte rechtsgang enkel vanwege onbillijkheid niet mogelijk is binnen het huidige wettelijke kader.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Tegen deze uitspraak staat nog beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de inspecteur om een navorderingsaanslag op te leggen is niet vatbaar voor bezwaar en beroep.