ECLI:NL:GHAMS:2008:BG5701
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.M.F. van Loon
- J.P.F. Slijpen
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardering ongesplitste huurwoning volgens Wet WOZ
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de waardering van een ongesplitste huurwoning centraal, waarbij de heffingsambtenaar hoger beroep instelde tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De woning betreft een gestapelde woning die volgens de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) gewaardeerd moet worden alsof deze leeg, op eigen grond staat en afzonderlijk verkocht kan worden.
De rechtbank had de waarde van de woning vastgesteld op €175.000, waarbij zij oordeelde dat de woning als afzonderlijke onroerende zaak moest worden gewaardeerd ondanks dat het pand niet gesplitst was in appartementsrechten. Belanghebbende stelde dat de natuurlijke staat van het pand leidend moest zijn en dat de fictie van splitsing niet tot een hogere waarde mocht leiden.
Het Hof bevestigt dat de Wet WOZ ficties bevat die vereisen dat de woning wordt gewaardeerd alsof deze afzonderlijk en leeg verkocht kan worden, ook als deze juridisch ongesplitst is. Deze fictie kan leiden tot een hogere waarde dan de werkelijke economische waarde van de natuurlijke staat. Het Hof verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad en wijst het incidentele hoger beroep van belanghebbende af. De waarde van €200.500, zoals vastgesteld door de heffingsambtenaar met nieuwe vergelijkingsobjecten, wordt aannemelijk geacht.
Het Hof vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het de waarde betreft, verklaart het hoger beroep van de heffingsambtenaar gegrond en het incidentele hoger beroep van belanghebbende ongegrond. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de heffingsambtenaar wordt gegrond verklaard en de waarde van de woning vastgesteld op €200.500.