ECLI:NL:GHAMS:2008:BG6685
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- A. Smeeing-van Hees
- V. van den Brink
- R.A. van der Pol
- Rechtspraak.nl
Geen persoonlijke aansprakelijkheid bestuurders voor onbetaalde facturen na faillissement aannemingsbedrijf
In deze zaak vordert [appellant], een timmerfabriek, persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurders van SBB-Groep Holding B.V. voor onbetaalde facturen van geleverde kozijnen aan SBB, dat failliet is verklaard. [appellant] stelt dat de bestuurders op het moment van het aangaan van de overeenkomst wisten of hadden moeten weten dat SBB haar betalingsverplichtingen niet kon nakomen.
Het hof onderzoekt de financiële positie van SBB per 3 november 2005, de datum van de overeenkomst. Uit onder meer de curatorverslagen, preferente vorderingen en debiteurenpositie blijkt dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat SBB toen al niet aan haar verplichtingen kon voldoen of geen verhaal bood. Ook het faillissement op 14 december 2005 en de latere betalingsproblemen bieden geen bewijs dat de bestuurders op 3 november 2005 de wetenschap hadden van een onafwendbaar faillissement.
Het hof overweegt dat persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders slechts kan worden aangenomen indien zij wisten of redelijkerwijs behoorden te begrijpen dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden. Dit is niet aangetoond. Ook het niet vragen van zekerheidsstelling of cessie door de bestuurders levert geen aansprakelijkheid op.
Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank Utrecht wordt bekrachtigd. [appellant] wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt dat de bestuurders niet persoonlijk aansprakelijk zijn voor de onbetaalde facturen van SBB.