ECLI:NL:GHAMS:2008:BG8016
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.E. de Winter
- C.A. Joustra
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Verzekeraar moet tijdige melding ongeval bewijzen bij afwijzing uitkering ongevallenverzekering
Y had via zijn werkgever Shell een persoonlijke ongevallenverzekering afgesloten waarbij zijn overleden echtgenote mede was verzekerd. Na haar overlijden in mei 2001, vermoedelijk door complicaties van een fietsongeval, ontstond discussie over de melding van het ongeval en de toedracht van overlijden. X, de verzekeraar, stelde dat melding te laat was gedaan en dat geen causaal verband bestond tussen het ongeval en overlijden.
De rechtbank wees de vordering onder de Shell-polis toe en wees de vordering onder de FMO-collectieve polis af wegens te late melding. X ging in hoger beroep en stelde dat de telefoonnotities van de tussenpersoon B en verklaringen van medewerkers aantonen dat melding was ingetrokken omdat het overlijden door een virus was veroorzaakt.
Het hof oordeelde dat de telefoonnotities summier en onduidelijk zijn en dat de verklaringen van de medewerkers worden weersproken door de tussenpersoon A, die verklaarde dat hij melding had gedaan van een ongeval. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat melding was ingetrokken. Ook het beroep van X dat Y zelf obductie had moeten initiëren faalde, evenals het betwisten van het causaal verband door een medisch advies. Het hof vernietigde het vonnis voor de FMO-polis en wees de vordering alsnog toe, terwijl het hoger beroep van X onder de Shell-polis werd verworpen.
Uitkomst: Het hof wees de vordering onder de Shell-polis toe en kende de vordering onder de FMO-polis alsnog toe met wettelijke rente, terwijl incassokosten werden afgewezen.