ECLI:NL:GHAMS:2008:BG8941
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- P.M.F. van Loon
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardebepaling van warenhuis volgens huurwaardekapitalisatiemethode
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de waardebepaling van een warenhuis op de waardepeildatum 1 januari 1999 centraal. De heffingsambtenaar stelde de waarde vast op circa € 50,5 miljoen, waarna belanghebbenden bezwaar maakten en beroep instelden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbenden hoger beroep instelden bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het Hof bevestigt dat de waardering moet geschieden via de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij de huurwaarde wordt vermenigvuldigd met een kapitalisatiefactor van 10. De discussie spitst zich toe op de juiste huurwaarde. Het Hof oordeelt dat de door de heffingsambtenaar gebruikte referentieobjecten, met name een vergelijkbaar warenhuis in de oude binnenstad, geschikt zijn voor vergelijking. De ITZA-methode, die een zonering van winkeloppervlakte toepast, wordt door het Hof afgewezen voor dit grootschalige object omdat deze onvoldoende recht doet aan de gebruiksmogelijkheden en passantenstromen.
Belanghebbende 1 wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen bezwaar had gemaakt tegen de beschikking en geen rechtsopvolger is van de oorspronkelijke belanghebbende. Het beroep van belanghebbende 2 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het Hof gelast vergoeding van het betaalde griffierecht aan belanghebbende 1.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige taxatie en het gebruik van marktconforme huurprijzen bij waardebepaling van onroerende zaken voor de Wet WOZ. De ITZA-methode kan niet zonder meer worden toegepast op grootschalige warenhuizen.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende 1 wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van belanghebbende 2 wordt ongegrond verklaard; de waardebepaling van de onroerende zaak wordt bevestigd.