ECLI:NL:RBUTR:2006:AY3893
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardebepaling onroerende zaak met huurwaardekapitalisatiemethode onder Wet WOZ
Eiseressen stelden beroep in tegen WOZ-beschikkingen waarin de waarde van hun winkelpand was vastgesteld op basis van de huurwaardekapitalisatiemethode. Zij voerden aan dat de gehanteerde huurwaarde te hoog was en stelden een lagere waarde voor, gebaseerd op de ITZA-methode, waarbij de winkelruimte in zones wordt verdeeld met verschillende huurwaarden.
De rechtbank overwoog dat de Wet WOZ en de uitvoeringsregeling het gebruik van de ITZA-methode niet uitsluiten, maar dat de wijze waarop eiseressen deze methode toepasten op het grote object onvoldoende onderbouwd was. De rechtbank vond dat verweerder terecht uitging van marktconforme huurwaarden gebaseerd op vergelijkbare referentieobjecten en dat de toegepaste taxatie zorgvuldig en goed gemotiveerd was.
De rechtbank verwierp het betoog van eiseressen dat de referentiehuurprijzen niet representatief waren en oordeelde dat de ITZA-zonering onvoldoende recht deed aan de kenmerken van het object. De door eiseressen overgelegde taxatierapporten boden onvoldoende tegenbewijs tegen de waardering van verweerder.
Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en bevestigde de vastgestelde WOZ-waarde. Er werd geen aanleiding gezien om verweerder in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de vastgestelde WOZ-waarde van het object.