ECLI:NL:GHAMS:2008:BH1964
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huur wegens onvoldoende financiële waarborg en belangenverdeling sociale huurwoning
In deze zaak stond de vraag centraal of de huur van een sociale huurwoning kon worden beëindigd op grond van artikel 7:269 lid 2 BW Pro. De appellant, die als onderhuurder in de woning verbleef, voerde aan dat hij aanspraak kon maken op de woning vanwege zijn lange inschrijvingstijd en ontkende dat de verhuurder de huurovereenkomst mocht beëindigen.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde van zijn financiële waarborg en het voldoen aan de vereisten voor een woonvergunning. Daarnaast stelde de verhuurder, De Kombinatie, dat zij als sociale verhuurster de taak heeft woningen rechtvaardig te verdelen en dat appellant door onderhuur buiten de regels om voordrong, wat ten koste ging van andere woningzoekenden met een grotere behoefte.
Gezien de belangenafweging en het ontbreken van voldoende onderbouwing door appellant, concludeerde het hof dat de beëindiging van de huur gerechtvaardigd was. De eerdere vonnissen van de kantonrechter werden bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huur van de sociale woning wordt beëindigd wegens onvoldoende financiële waarborg en belangenverdeling.