ECLI:NL:GHAMS:2008:BH2807
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.B. Knottnerus
- A.M.C. Groen
- F.W.J. Meijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake rechtmatigheid opname Incoparts B.V. in Rabobank incidentenregister en IVR
In deze civiele zaak staat centraal of de Rabobank gerechtigd was om (persoons)gegevens van Incoparts B.V. en aanverwante partijen op te nemen in haar incidentenregister en het Intern Verwijzingsregister (IVR). De Rabobank had haar bancaire relatie met Incoparts in februari 2007 beëindigd en voerde als grond dat Incoparts betrokken zou zijn bij een BTW-carrouselfraude.
Incoparts stelde dat deze opnames onrechtmatig waren omdat er geen gerede aanleiding of redelijk vermoeden bestond voor dergelijke registratie, wat leidde tot reputatieschade en belemmering in hun bancaire activiteiten. Het hof toetste de rechtmatigheid aan het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen en concludeerde dat de Rabobank onvoldoende concrete en onderbouwde feiten had aangevoerd om de opnames te rechtvaardigen.
De Rabobank baseerde haar stellingen onder meer op vorderingen van de politie tot verstrekking van identificerende gegevens in het kader van een Frans rechtshulpverzoek, maar het hof oordeelde dat dit geen strafrechtelijk onderzoek jegens Incoparts in Nederland of het buitenland impliceerde. Ook de vermeende betrokkenheid bij BTW-carrouselfraude werd onvoldoende onderbouwd. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de voorzieningenrechter dat de opnames onrechtmatig waren en veroordeelde de Rabobank in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de Rabobank onrechtmatig heeft gehandeld door Incoparts B.V. onterecht op te nemen in het incidentenregister en IVR en veroordeelt de Rabobank in de proceskosten.