ECLI:NL:GHAMS:2008:BH4401
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek schuldsaneringsregeling wegens overschrijding termijn
Appellanten, beherend vennoten van een vennootschap onder firma, dienden een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling in na een faillissementsverzoek van hun besloten vennootschap. De griffier van de rechtbank had hen bij brief van 28 maart 2008 geïnformeerd over de mogelijkheid om binnen veertien dagen een verzoek in te dienen.
Appellanten dienden het verzoek echter pas op 17 april 2008 in, buiten de gestelde termijn. De rechtbank wees hun verzoek af wegens niet-ontvankelijkheid op grond van artikel 287 lid 2 Faillissementswet Pro. Appellanten stelden in hoger beroep dat zij de brief niet hadden ontvangen en dat de termijn derhalve niet aan hen kon worden toegerekend.
Het hof oordeelde dat appellanten onvoldoende feiten en omstandigheden hadden gesteld om af te wijken van de wettelijke termijn. Uit verklaringen bleek dat zij de brief wel hadden ontvangen en dat zij tijdig gemachtigd hadden tot het indienen van het verzoek. Het hof vernietigde de vonnissen van de rechtbank en verklaarde appellanten opnieuw niet-ontvankelijk in hun verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn voor het verzoek tot schuldsaneringsregeling.