ECLI:NL:GHAMS:2008:BH4409
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende vertrouwen in nakoming verplichtingen
Appellant, bestuurder van meerdere failliete B.V.'s en veroordeeld voor medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank Utrecht wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was dat appellant zijn verplichtingen uit de regeling naar behoren zou nakomen.
In hoger beroep bevestigt het hof deze afwijzing. Het hof overweegt dat appellant als ondernemer en feitelijk bestuurder onvoldoende deugdelijke administratie heeft gevoerd en verwijtbare gedragingen heeft vertoond, waaronder het misleiden van een verzekeringsmaatschappij en het niet nakomen van bestuurstaken. Ook is appellant nog betrokken bij lopende procedures over boedeltekorten.
Hoewel appellant aangeeft het verleden achter zich te willen laten en zich wil inspannen voor aflossing van schulden, weegt dit niet op tegen de geconstateerde verwijtbare gedragingen. De gunstige prognose van de gemeente leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep faalt en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende vertrouwen in nakoming van schuldsaneringsverplichtingen.