ECLI:NL:PHR:2009:BI0389
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende vertrouwen in nakoming verplichtingen
De zaak betreft het cassatieberoep van verzoeker tegen het arrest van het hof Amsterdam dat het vonnis van de rechtbank Utrecht bekrachtigde waarin zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen.
Het hof oordeelde dat verzoeker als feitelijk bestuurder van meerdere failliete vennootschappen niet aan zijn boekhoudplicht had voldaan en onvoldoende vertrouwen bestond dat hij zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling, met name de informatieplicht jegens de bewindvoerder, naar behoren zou nakomen. Dit oordeel was mede gebaseerd op eerdere onherroepelijke strafrechtelijke veroordelingen wegens onder meer bedrieglijke bankbreuk en valsheid in geschrifte, en gedragingen waarbij verzoeker verzekeraar Amev niet correct informeerde.
Verzoeker voerde aan dat de situatie onder controle was en dat de ouderdom van de schulden en andere omstandigheden onvoldoende waren meegewogen. De Hoge Raad verwierp deze klachten, overwoog dat het hof de relevante omstandigheden naar behoren had meegewogen en dat de toelatingsgrond van art. 288 lid Pro 1, aanhef en onder c, Fw niet afhankelijk is van de ouderdom van schulden.
De conclusie van de Procureur-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, en de Hoge Raad volgde dit advies door het beroep af te wijzen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen wegens onvoldoende vertrouwen in nakoming verplichtingen.