ECLI:NL:GHAMS:2008:BH6236
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake tekortschieten in advisering arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
In deze civiele zaak staat het hoger beroep centraal over de vraag of de verzekeringsadviseur tekort is geschoten in haar informatie- en adviesplicht jegens de appellant met betrekking tot arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.
De appellant stelt dat hij na een auto-ongeval in 1998 arbeidsongeschikt werd en dat de adviseur hem heeft geadviseerd om dit niet aan de verzekeraar Movir te melden, wat heeft geleid tot het niet ontvangen van uitkeringen en onverschuldigde premiebetalingen. De verzekeraar vorderde betaling van premies over 2005, welke door appellant werd betwist met meerdere verweren, waaronder het ontbreken van een verzekerbaar belang en een beroep op redelijkheid en billijkheid.
Het hof oordeelt dat het bewijs dat appellant tot nu toe heeft overgelegd onvoldoende is en staat hem toe nader bewijs te leveren, waaronder getuigenverhoren. Tevens wordt het standpunt van de adviseur dat het beroep op tekortschieten verjaard is, als te laat aangevoerd verworpen. De beslissing in conventie wordt deels toegewezen (premievordering verminderd wegens royering per 1 november 2005) en verdere beslissingen worden aangehouden totdat ook in reconventie kan worden beslist.
Uitkomst: Het hof vermindert de premievordering over 2005 met 2/12 en staat appellant toe nader bewijs te leveren over tekortschieten van de verzekeringsadviseur.