ECLI:NL:GHAMS:2008:BH6241
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.E.F. Hillen
- A.M.C. Groen
- F.W.J. Meijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over wederzijdse dwaling bij uitvaartovereenkomst met Monuta
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Monuta Uitvaartverzorging terecht een vordering had op geïntimeerde voor betaling van uitvaartkosten. De overeenkomst was gesloten onder de veronderstelling dat de moeder van geïntimeerde de erfgenaam was en de kosten zou dragen.
Monuta stelde dat zij mocht vertrouwen op deze veronderstelling en dat het niet haar taak was om dieper door te vragen naar familieverhoudingen. Het hof oordeelde echter dat Monuta als professioneel uitvaartverzorger de verantwoordelijkheid had haar klanten te informeren over de wettelijke regel dat uitvaartkosten schulden van de nalatenschap zijn.
Het hof stelde vast dat er sprake was van een wederzijdse dwaling in de zin van artikel 6:228 lid 1 sub c BW Pro, omdat beide partijen uitgingen van een onjuiste voorstelling van zaken over het erfgenaamschap. Hierdoor kon Monuta niet de vordering tot betaling van de kosten op geïntimeerde baseren.
Het hoger beroep van Monuta werd verworpen en het vonnis van de rechtbank Utrecht bekrachtigd. Monuta werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat Monuta niet kan vorderen dat geïntimeerde de uitvaartkosten betaalt wegens wederzijdse dwaling.