Uitspraak
mr. B.R. ter Haar, kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. T.H.G. Steenmetser, kantoorhoudende te Amsterdam,
Mr. M.H.F. van Buuren, kantoorhoudende te Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
De gemeente Amsterdam gaf in 1998 een perceel met pakhuis in erfpacht met een afgekochte canon tot 2098. Het Oosten B.V. verkreeg in 2002 het erfpachtrecht met de bedoeling het pakhuis te herontwikkelen en leverde dit in 2004 aan König. De canon kan worden herzien bij wijziging van gebruik of bebouwing volgens artikel 13 AB Pro 1994. De gemeente stelde een afkoopsom van € 2.215.536,- voor wijziging van bestemming, welke Het Oosten niet accepteerde. DTZ Zadelhoff en Terp! berekenden lagere bedragen.
De gemeente vorderde betaling van de aanvullende afkoopsom van König. De rechtbank gelastte op verzoek van Het Oosten een voorlopig deskundigenbericht om de hoogte van de afkoopsom te onderzoeken. De gemeente ging in hoger beroep tegen deze beschikking, stellende dat de rechtbank onterecht artikel 202 Rv Pro toepaste en dat deskundigen geen rol hebben bij het vaststellen van de canon volgens de AB 1994.
Het hof oordeelt dat tegen de beschikking geen hoger beroep openstaat, maar doorbreekt het appelverbod niet. De gemeente slaagt niet in haar betoog dat de rechtbank artikel 202 Rv Pro onjuist toepaste. Het deskundigenbericht is niet bindend maar dient om partijen inzicht te geven in hun positie voorafgaand aan de bodemprocedure. Het hoger beroep wordt verworpen en de gemeente wordt veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het hof verwerpt het hoger beroep van de gemeente en bevestigt het gelasten van het voorlopig deskundigenbericht.