ECLI:NL:GHAMS:2009:BH1995
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over zelfstandigenaftrek en urencriterium beeldend kunstenaar
Belanghebbende, een beeldend kunstenaar en keramiste, had voor het jaar 2001 zelfstandigenaftrek geclaimd bij haar aangifte inkomstenbelasting. De inspecteur stelde na een boekenonderzoek de zelfstandigenaftrek en het verlies uit onderneming niet te accepteren wegens het niet voldoen aan het urencriterium van 1225 uur per jaar. De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat zij wel aan het urencriterium voldeed en leverde een urenspecificatie aan met een totaal van 1380 uren, waaronder uren besteed aan het maken van kunstwerken, exposities en outplacementadvies. De inspecteur betwistte de betrouwbaarheid van deze urenregistratie, wijzend op het ontbreken van controleerbare administratieve gegevens en de onwaarschijnlijkheid van een constant aantal uren voor outplacementadvies over meerdere jaren.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij het urencriterium had gehaald. De urenspecificatie was achteraf opgesteld en niet onderbouwd met agenda’s of andere bewijsstukken. Ook was de omzet van € 228 niet in verhouding tot de opgegeven uren. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de zelfstandigenaftrek wordt geweigerd wegens niet voldoen aan het urencriterium.