ECLI:NL:GHAMS:2009:BH2249
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- J.P.A. Boersma
- A. Bijlsma
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid directeur voor onjuiste douanewaarde en navorderingstermijn
Belanghebbende, directeur van de importeur, werd aansprakelijk gesteld voor onjuiste aangiften van douanewaarde over de jaren 1997 tot en met 1999. Uit onderzoek bleek dat facturen met lagere prijzen aan de douane werden overlegd dan in de administratie voorkwamen, wat leidde tot te weinig geheven douanerechten en omzetbelasting.
De inspecteur stelde dat belanghebbende wist of redelijkerwijs had moeten weten dat de opgegeven waarden onjuist waren, waardoor hij aansprakelijk is volgens artikel 201, derde lid, van het Communautair douanewetboek. Belanghebbende voerde aan dat hij te goeder trouw handelde en dat de lagere facturen door chauffeurs of anderen werden verstrekt zonder zijn kennis.
De Douanekamer oordeelde dat belanghebbende als directeur en bestuurder vanaf 1998 voldoende betrokken was bij de transacties en de aangiften, en dat hij zich bewust was of had moeten zijn van de onjuistheden. Voor vier aangiften uit 1997 kon de inspecteur dit niet aantonen. De navorderingstermijn is verlengd tot vijf jaar vanwege strafrechtelijk vervolgbare handelingen, ondanks een sepot van het arrondissementsparket.
De Douanekamer verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de inspecteur en verminderde de aanslagen tot een lager bedrag aan douanerechten en omzetbelasting. Proceskosten werden niet toegekend. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Belanghebbende is aansprakelijk voor onjuiste aangiften in 1998-1999 met verlengde navorderingstermijn, maar niet voor vier aangiften uit 1997; aanslagen worden verminderd.