ECLI:NL:GHAMS:2009:BH2331
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.B. Bijl
- E.M. Vrouwenvelder
- W.P. Otto
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over proceskostenvergoeding na naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd wegens het niet tijdig indienen van de aangifte over maart 2006, inclusief een boete. Na het indienen van een pro forma bezwaarschrift werd belanghebbende door de inspecteur verzocht het bezwaar te motiveren, maar zonder rappel te sturen verklaarde de inspecteur het bezwaar ongegrond. Belanghebbende diende vervolgens beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Tijdens de beroepsprocedure werd de aanslag ambtshalve verminderd en het beroepschrift ingetrokken.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende recht had op vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75 Awb Pro. Het hof oordeelde dat de inspecteur niet had voldaan aan het voorschrift uit het Voorschrift algemene wet bestuursrecht 1997, dat bij een ongemotiveerd bezwaarschrift eerst een termijn en rappel moet worden gegeven alvorens niet-ontvankelijkheid te verklaren. Door het ontbreken van een rappel en het ongegrond verklaren van het bezwaar werd belanghebbende de kans ontnomen het bezwaar alsnog te motiveren.
Het hof concludeerde dat belanghebbende de procedure niet uitsluitend aan zichzelf te wijten had en dat de inspecteur daarom in de proceskosten moest worden veroordeeld. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de inspecteur werd veroordeeld tot betaling van € 362,25 aan proceskosten en € 106 griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten aan belanghebbende.