ECLI:NL:GHAMS:2009:BH4193

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
23-006550-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Regeling logboek en opgave zeevis 1987EG-verordening 2807/83
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaard wegens gewijzigd vervolgingsinzicht inzake rederij

In deze strafzaak stond een rederij terecht op grond van artikel 4 van Pro de Regeling logboek en opgave zeevis 1987. Het openbaar ministerie stelde aanvankelijk dat de rederij mede verantwoordelijk was voor alle handelingen met betrekking tot het schip en de bemanning gedurende de exploitatieperiode.

Tijdens het hoger beroep heeft het openbaar ministerie echter een gewijzigd vervolgingsinzicht geformuleerd. Op basis van de EG-verordening 2807/83 en de genoemde regeling richt de vervolging zich thans uitsluitend op de kapitein en niet meer op de rederij. Dit gewijzigde inzicht heeft geleid tot het verzoek het openbaar ministerie niet ontvankelijk te verklaren.

Het hof heeft dit verzoek gehonoreerd en verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de strafvervolging tegen de rederij. Het belang van de eerder aangevangen vervolging is volgens het openbaar ministerie komen te vervallen door dit gewijzigde inzicht.

Het arrest is gewezen door de tweede meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam op 17 februari 2009. Een van de rechters was wegens omstandigheden niet in staat het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet ontvankelijk verklaard in de vervolging van de rederij wegens gewijzigd vervolgingsinzicht.

Uitspraak

arrestnummer:
parketnummer: 23-006550-07
datum uitspraak: 17 februari 2009
TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)
ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 november 2007 in de strafzaak onder parketnummer 13-994725-06 van het openbaar ministerie
tegen
[verdachte].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 17 februari 2009.
Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
Ontvankelijkheid openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft verzocht het openbaar ministerie niet ontvankelijk te verklaren in zijn vervolging nu er sprake is van een gewijzigd vervolgingsinzicht aan de kant van het openbaar ministerie. Het eerdere uitgangspunt hield in dat een rederij (mede)verantwoordelijk werd gesteld voor al hetgeen met een schip en de kapitein/bemanning gebeurt in een periode dat het schip door haar wordt geëxploiteerd. Het gewijzigde inzicht brengt mee dat het openbaar ministerie thans van oordeel is dat op grond van de EG verordening 2807/83, artikel 4 van Pro de Regeling logboek en opgave zeevis 1987 zich alleen richt op de kapitein en derhalve niet op de rederij.
Op grond van het bovenstaande is het hof van oordeel dat het openbaar ministerie desgevorderd niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging nu een rederij thans door het openbaar ministerie niet meer aan vervolging wordt blootgesteld ter zake van artikel 4 van Pro de Regeling logboek en opgave zeevis 1987 en tengevolge van welk gewijzigd inzicht het belang aan een eerder aangevangen vervolging naar het oordeel van het openbaar ministerie ook is komen te ontvallen.
Beslissing
Het hof:
Verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk in zijn strafvervolging ter zake van het tenlastegelegde.
Dit arrest is gewezen door de tweede meervoudige economische kamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.J.M.W. Paridaens - van der Stoel, mr. J.D.L. Nuis en mr. C.N. Dalebout, in tegenwoordigheid van mr. E. Wiersma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 februari 2009.
Mr. C.N. Dalebout is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.