ECLI:NL:GHAMS:2009:BH5933
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- J.J.A.M. Kennis
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Vernietiging accijnsuitnodiging wegens onjuiste toepassing invoerbegrip bij bierzending
Belanghebbende, een bierbrouwer met een accijnsgoederenplaats, ontving een uitnodiging tot betaling (UTB) voor accijnzen over een zending bier die bestemd was voor uitvoer naar Macedonië. De inspecteur stelde dat de zending onregelmatigheden vertoonde, waaronder valse douanestempels, waardoor accijns verschuldigd zou zijn wegens invoer in Nederland.
De rechtbank had geoordeeld dat het belastbare feit van invoer zich had voorgedaan, maar het Gerechtshof oordeelde anders. Het Hof stelde vast dat de goederen onder een communautaire douaneregeling stonden en dat de onregelmatigheid bestond uit het onrechtmatig onttrekken aan die regeling. Volgens het Hof leidt dit tot accijnsheffing wegens uitslag tot verbruik, maar niet tot invoer in de zin van de Wet op de accijns en de horizontale richtlijn.
Belanghebbende had bewijs geleverd dat de goederen de Europese Gemeenschap hadden verlaten en hun bestemming in Macedonië hadden bereikt, maar dit werd door het Hof niet voldoende geacht om de onregelmatigheid in Italië aan te tonen. Het Hof vernietigde daarom de UTB voor de accijns en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
De uitspraak verduidelijkt dat het begrip invoer in de Nederlandse accijnswetgeving en de horizontale richtlijn gelijk moet worden uitgelegd en dat het onttrekken aan een communautaire douaneregeling niet automatisch invoer betekent. Dit arrest bevestigt de noodzaak van een zorgvuldige toetsing van het belastbare feit bij accijnsheffing in het kader van douanevervoer en uitvoer.
Uitkomst: De uitnodiging tot betaling voor accijns is vernietigd omdat geen sprake is van invoer in de zin van de Wet op de accijns en de horizontale richtlijn.