ECLI:NL:PHR:2010:BL3566
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Accijns verschuldigd wegens onttrekking aan schorsingsregeling bij extern communautair douanevervoer van bier
Belanghebbende, een bierbrouwer, plaatste een zending bier onder de regeling extern communautair douanevervoer met bestemming Macedonië. Het bier, geproduceerd in Nederland en dus communautair goed, kwam echter niet aan op de bestemming en het lot ervan bleef onbekend. De Inspecteur legde accijns op wegens invoer, omdat het T1-document vals bleek en de zending niet gezuiverd was.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat geen sprake was van invoer in de zin van de Wet op de accijns, aangezien het bier niet vanuit een derde land de Gemeenschap was binnengebracht. Wel was accijns verschuldigd wegens de onttrekking aan de schorsingsregeling (uitslag tot verbruik). De Wet onderscheidt namelijk twee belastbare feiten: invoer en uitslag, waarbij invoer uitsluitend ziet op niet-communautaire goederen die vanuit een derde land worden binnengebracht.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen het oordeel van het Hof, stellende dat de onttrekking aan de schorsingsregeling ook als invoer moest worden aangemerkt. De Hoge Raad volgt echter het standpunt dat de Wet het begrip invoer richtlijnconform beperkt tot niet-communautaire goederen en dat onttrekking aan de schorsingsregeling niet als invoer geldt. De accijns is derhalve terecht geheven wegens uitslag tot verbruik en niet wegens invoer.
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van accijns bij extern communautair douanevervoer en bevestigt dat communautaire goederen die niet daadwerkelijk de Gemeenschap verlaten, niet als ingevoerd worden beschouwd, ook niet bij onttrekking aan een douaneregeling. Dit sluit aan bij de horizontale accijnsrichtlijn en de nationale wetgeving.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat accijns terecht is geheven wegens onttrekking aan de schorsingsregeling en niet wegens invoer.