ECLI:NL:GHAMS:2009:BH5945
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake fiscale kwalificatie van werkzaamheden als resultaat uit overige werkzaamheden
Belanghebbende, werkzaam als buschauffeur en daarnaast onder de naam [X] koeriersbedrijf actief, voerde werkzaamheden uit voor één opdrachtgever, [A], zonder zelfstandige ondernemingskenmerken. De inspecteur legde navorderingsaanslagen IB/PVV op, waarbij hij de opbrengst kwalificeerde als resultaat uit overige werkzaamheden. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en matigde de aanslagen.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat sprake was van winst uit onderneming en dat hij recht had op diverse ondernemersaftrekken. Het Hof overwoog dat belanghebbende geen zelfstandigheid bezat, slechts één opdrachtgever had, geen reëel ondernemersrisico liep en zijn werkzaamheden naast een dienstbetrekking verrichtte. Investeringen in gereedschap en een bestelbus waren onvoldoende om ondernemerschap aan te nemen.
Het Hof verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel, aangezien de inspecteur geen bindende toezegging had gedaan en eerdere aangiften geen standpuntbepaling vormden. Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat de inkomsten als resultaat uit overige werkzaamheden moeten worden aangemerkt en dat de fiscale aftrekken niet van toepassing zijn.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de inkomsten van belanghebbende als resultaat uit overige werkzaamheden moeten worden aangemerkt en wijst het hoger beroep af.