ECLI:NL:GHAMS:2009:BH6226
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbank: Waardebepaling bedrijfspand inclusief huurdersinvesteringen voor inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende verhuurde een bedrijfspand aan een B.V. die het pand afbouwde met investeringen voor eigen rekening. De waarde van het pand per 1 januari 2001 en de afschrijving daarvan waren in geschil tussen belanghebbende en de inspecteur. De rechtbank had de waarde vastgesteld inclusief de huurdersinvesteringen en een waardedrukkend effect van een beëindigingsvergoeding.
De inspecteur stelde dat alleen de cascowaarde van het pand moest worden genomen en dat de huurdersinvesteringen niet tot het pand behoorden. Het Hof oordeelde dat de huurovereenkomst en de feitelijke situatie aannemelijk maken dat het gehuurde het gehele pand inclusief huurdersinvesteringen betreft, mede op grond van natrekking volgens het Burgerlijk Wetboek.
Het Hof bevestigde dat de waarde in verhuurde staat moet worden genomen en dat de beëindigingsvergoeding een waardedrukkend effect heeft dat in de waardering moet worden meegenomen. Het hoger beroep van de inspecteur werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd.