ECLI:NL:GHAMS:2009:BH6990
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.F. Goes
- O.B. Onnes
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Hof vernietigt naheffingsaanslag reclamebelasting muurschildering wegens vertrouwensbeginsel
Belanghebbende exploiteert een bedrijf op een bedrijventerrein in Rotterdam en heeft een muurschildering aangebracht op de zijgevel van het pand. Deze muurschildering, uniek en artistiek, is bedoeld ter verfraaiing en ter voorkoming van graffiti. Naast de schildering zijn ook bedrijfsaanduidingen aangebracht die wel in de reclamebelasting zijn betrokken.
Na een controle in 1997 werden alleen aanslagen opgelegd voor de bedrijfsaanduidingen, niet voor de muurschildering. Pas in 2003 werd voor het eerst een aanslag opgelegd voor de muurschildering. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat zij op grond van het vertrouwensbeginsel mocht aannemen dat de muurschildering niet belast zou worden, omdat deze bij eerdere controles niet was aangeslagen.
De Hoge Raad heeft de zaak verwezen naar het Hof Amsterdam om opnieuw te beoordelen of de muurschildering als openbare aankondiging kwalificeert en of het beroep op het vertrouwensbeginsel gegrond is. Het Hof oordeelt dat de muurschildering, ondanks het artistieke karakter en het andere oogmerk van belanghebbende, wel degelijk een openbare aankondiging is in de zin van de Verordening reclamebelasting.
Het Hof stelt echter vast dat de heffingsambtenaar bij de controle in 1997 de muurschildering heeft gezien en dat belanghebbende erop mocht vertrouwen dat de muurschildering niet belast zou worden. De naheffingsaanslag is daarom in strijd met het vertrouwensbeginsel en wordt vernietigd. Tevens veroordeelt het Hof de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag reclamebelasting voor de muurschildering wordt vernietigd vanwege het vertrouwensbeginsel.