ECLI:NL:GHAMS:2009:BI0054
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- E.M. Vrouwenvelder
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aftrek aanvullende alimentatiebetalingen als persoonlijke verplichting
Belanghebbende was gehuwd met A. en na echtscheiding verplicht tot alimentatiebetalingen. Hij stelde aanvullend alimentatie te hebben verstrekt op grond van een dringende morele verplichting, maar kon dit niet voldoende bewijzen.
De rechtbank had de aftrek van deze betalingen als persoonlijke verplichting geweigerd wegens het ontbreken van bewijs dat de verplichting rechtens afdwingbaar was en dat de bedragen daadwerkelijk waren betaald. Het hof bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de term 'dringende morele verplichting' gelijkgesteld moet worden met een natuurlijke verbintenis volgens artikel 6:3 BW Pro.
Het hof oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een rechtens afdwingbare verplichting had en dat de betalingen daadwerkelijk zijn verricht. Ook is onvoldoende gebleken van een reële behoefte van A. gezien de waarde van haar toegewezen goederen en vordering. Het hoorgesprek vond plaats conform de wettelijke hoorplicht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvullende alimentatiebetalingen niet aftrekbaar zijn als persoonlijke verplichting.