ECLI:NL:GHAMS:2009:BI1741
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.B. Onnes
- P.M.F. van Loon
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tariefdifferentiatie precariobelasting voor ondergrondse leidingen
Belanghebbende, een bedrijf dat industriële gassen produceert en verhandelt, is geconfronteerd met een precariobelastingaanslag voor leidingen die zij met vergunning in gemeentegrond heeft gelegd. De aanslag bedroeg ruim €553.000. Na eerdere procedures bij de Hoge Raad is de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
Het geschil betreft de tariefstelling in de gemeentelijke Verordening precariobelasting 2003, waarbij gasbuizen tot 10 bar werkdruk, waterleidingen en stadsverwarmingsbuizen een veel lager tarief kennen dan andere buizen en transportleidingen. Belanghebbende stelt dat deze tariefverschillen in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.
Het Hof oordeelt dat de verschillende categorieën buizen weliswaar gelijke gevallen betreffen omdat zij hetzelfde gebruik van gemeentegrond maken, maar dat het lagere tarief voor de eerste categorie objectief en redelijk gerechtvaardigd is. Dit omdat deze buizen dienen voor het transport van eerste levensbehoeften zoals aardgas, drinkwater en warmte, en het tariefverschil beoogt de prijsverhogende invloed van de belasting op deze levensbehoeften te beperken.
Verder wordt geoordeeld dat de tariefdifferentiatie niet leidt tot een onevenredige belasting voor belanghebbende en dat de gemeentelijke wetgever een ruime beleidsvrijheid heeft bij het bepalen van tarieven. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de precariobelastingaanslag en oordeelt dat het lagere tarief voor bepaalde leidingen gerechtvaardigd is.