Uitspraak
Tussenuitspraak van 5 juni 2018
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam, de heffingsambtenaar,
(Voorlopige) aanslagen, bezwaar en geding in eerste aanleg
Loop van het geding in hoger beroep
Vaststaande feiten
De Verordeningen
tariefvan de precariobelasting, in afwijking van het vierde en achtste lid:
tariefvan de precariobelasting in afwijking van het vierde en achtste lid:
Geschil in hoger beroep en standpunten van partijen
Conclusies van partijen
Oordeel van de Rechtbank
“Onder vergunning wordt hierbij, alsmede in de navolgende voorwaarden, begrepen ontheffing van verbodsbepalingen en toestemming in de zin van burgerlijk recht”niet worden afgeleid dat de vergunning van 8 december 1969 moet worden uitgelegd als een overeenkomst zoals bedoeld in de laatste volzin uit rechtsoverweging 2.5.4 van het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2016, zoals belanghebbende betoogt. Er is dan ook geen sprake van privaatrechtelijk gedogen.
Beoordeling van het hoger beroep
allegastransportleidingen van belanghebbende in de gemeentegrond te gedogen. Aangezien dit het meest verstrekkende betoog is zal het Hof dat beroep als eerste behandelen.