ECLI:NL:GHAMS:2009:BI3393
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar inkomstenbelasting wegens ziekte
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2002 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd en maakte hiertegen bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde dat ernstige ziekte, waaronder amputatie, PTSS en fantoompijnen, hem verhinderde tijdig bezwaar te maken.
Het hof stelde vast dat belanghebbende door zijn medische toestand redelijkerwijs niet in verzuim kon worden geacht en dat hij het bezwaar zo spoedig mogelijk heeft ingediend. De inspecteur had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat belanghebbende binnen de termijn een gemachtigde had kunnen inschakelen. Het hof vernietigde daarom de eerdere uitspraken en wees de zaak terug naar de inspecteur voor inhoudelijke behandeling van het bezwaar.
Daarnaast werd het griffierecht van belanghebbende vergoed. Het hof wees erop dat belanghebbende bekend was met de termijnen, maar dat de ziekte hem belemmerde zijn fiscale belangen tijdig te behartigen. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift wegens ziekte van belanghebbende.