ECLI:NL:GHAMS:2009:BI6173
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen beëindiging schuldsaneringsregeling wegens termijnoverschrijding
Appellant was onderworpen aan een wettelijke schuldsaneringsregeling die door de rechtbank Utrecht op verzoek van de bewindvoerder tussentijds werd beëindigd wegens het niet nakomen van informatieverplichtingen en het onvindbaar zijn door vertrek met onbekende bestemming zonder de bewindvoerder te informeren.
Appellant stelde hoger beroep in tegen dit vonnis, maar deed dit buiten de wettelijke termijn van acht dagen na uitspraak. Hij voerde aan dat hij de oproeping niet had ontvangen en pas later kennis kon nemen van het vonnis, waardoor sprake zou zijn van een verschoonbare termijnoverschrijding.
Het hof oordeelde dat appellant feitelijk verbleef op een adres zonder woonbestemming en dat correspondentie via het postadres van zijn voormalige werkgever liep. Na vertrek van deze werkgever was appellant onvindbaar en had hij nagelaten de bewindvoerder te informeren, waardoor het risico van het niet tijdig ontvangen van correspondentie voor zijn rekening kwam.
Daarmee was geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding en werd appellant niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Het hof hoefde daardoor niet inhoudelijk op het hoger beroep in te gaan.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.