ECLI:NL:GHAMS:2009:BI6427
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar
- G.C. Makkink
- A. Rutten-Roos
- Rechtspraak.nl
Toepassing Tuinbouw-CAO op arbeidsovereenkomst bij waterplantenbedrijf
Appellante was van oktober 2000 tot oktober 2001 in dienst bij geïntimeerde, een waterplantenbedrijf. Na haar arbeidsongeschiktheid vorderde zij loonsuppletie op grond van de Tuinbouw-CAO, omdat zij stelde dat het bedrijf hoofdzakelijk potplantenteelt verrichtte. Geïntimeerde betwistte dit en stelde dat het bedrijf vooral een groothandel in waterplanten was met minimale kwekersactiviteiten.
De kantonrechter kende appellante loonsuppletie toe, maar het hof Den Haag vernietigde dit oordeel, oordelend dat de activiteiten niet als kwekersactiviteiten konden worden aangemerkt. De Hoge Raad vernietigde dit arrest en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor nadere beoordeling.
Het hof Amsterdam stelde vast dat de werkzaamheden wel degelijk als (pot)plantenteelt kwalificeren en dat de omvang van de kwekersactiviteiten substantieel is. Dit werd onderbouwd met onder meer internetpresentaties, kasoppervlakte, personeelsinzet en financiële gegevens. Geïntimeerde voerde onvoldoende tegenbewijs aan. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde geïntimeerde in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellante recht heeft op loonsuppletie op grond van de Tuinbouw-CAO vanwege substantiële kwekersactiviteiten.