ECLI:NL:HR:2007:BA6760
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid en uitleg van de Tuinbouw-CAO bij arbeidsovereenkomst administratief medewerkster
Deze zaak betreft een vordering van een administratief medewerkster tot betaling van loonsuppletie op grond van de Tuinbouw-CAO. De werknemer was van oktober 2000 tot oktober 2001 in dienst bij een groothandel in waterplanten en werd vanaf december 2000 volledig arbeidsongeschikt. Over de maanden januari tot en met maart 2001 ontving zij 70% van haar salaris, terwijl zij voor april 2001 geen salaris ontving.
De werknemer vorderde betaling van de resterende 30% loonsuppletie over de eerste maanden en het volledige salaris over april 2001, stellende dat de Tuinbouw-CAO van toepassing was vanwege substantiële kweekwerkzaamheden binnen het bedrijf. De werkgever betwistte dit en stelde dat het bedrijf slechts een groothandel was met minimale kweekactiviteiten, waardoor de CAO voor Bank- en Verzekeringswezen, Groothandel en Vrije Beroepen van toepassing was.
De kantonrechter stelde de werknemer in het gelijk, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af. Het hof oordeelde dat de werkzaamheden niet als kwekersactiviteiten konden worden beschouwd en dat het bedrijf een groothandel was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de werkzaamheden niet als kwekersactiviteiten heeft aangemerkt en dat de Tuinbouw-CAO recht is in de zin van artikel 79 RO Pro. Het arrest van het hof werd vernietigd en de zaak verwezen naar het hof te Amsterdam voor verdere behandeling.
De Hoge Raad veroordeelde de werkgever tevens in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak benadrukt het belang van een juiste uitleg van de toepasselijke CAO en de beoordeling van de aard van de werkzaamheden binnen het bedrijf.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling over de toepasselijkheid van de Tuinbouw-CAO.