ECLI:NL:GHAMS:2009:BI6622
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.E. Molenaar
- A.M.A. Verscheure
- S.F. Schütz
- Rechtspraak.nl
Uitleg cao en werkingssfeer bij toepassing van SOOB-cao en ondernemings-cao
De Stichting vorderde van de geïntimeerde betaling van bijdragen op grond van de SOOB-cao voor de jaren 2004 tot en met 2006. De geïntimeerde had echter een eigen ondernemings-cao gesloten en stelde dat zij daardoor niet gebonden was aan de SOOB-cao. De kantonrechter wees de vorderingen van de Stichting af, waarna de Stichting in hoger beroep ging.
Het hof overwoog dat de beëindiging van het lidmaatschap van de werkgeversvereniging TLN door de geïntimeerde geen invloed had op de gebondenheid aan de SOOB-cao, maar dat dit niet betekende dat de geïntimeerde niet vrij was een eigen ondernemings-cao te sluiten. De Stichting had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de geïntimeerde wist of behoorde te weten dat zij geen eigen cao mocht afsluiten.
Verder stelde het hof dat de geïntimeerde, doordat zij een eigen ondernemings-cao toepaste en later een sector-cao, niet viel onder de werkingssfeer van de SOOB-cao. De algemeen verbindendverklaring van de SOOB-cao had daardoor geen gevolgen voor haar. De grieven van de Stichting faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, waarbij de Stichting werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van de Stichting af.