ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ0719
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.C. Makkink
- P.G. Wiewel
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid registratie persoonsgegevens voormalig werknemer in interbancair incidentenregister
Appellant was van oktober 2005 tot mei 2007 financieel adviseur bij verweerster en werd na beëindiging van het dienstverband opgenomen in het interbancaire incidentenregister vanwege verdenking van betrokkenheid bij fraude en benadeling van verweerster. Na ontslag bij een volgende werkgever startte appellant een procedure tegen verweerster om verwijdering van zijn persoonsgegevens uit het register en inzage in de onderliggende gegevens.
De rechtbank wees het verzoek af en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof overweegt dat het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem, waaraan verweerster zich houdt, voldoende waarborgen biedt voor rechtmatige verwerking van persoonsgegevens. De feiten die tot registratie leidden, waaronder e-mailcorrespondentie en verklaringen, zijn niet betwist en wijzen op betrokkenheid bij frauduleuze handelingen.
Appellant voerde aan dat hij onvoldoende was geïnformeerd en geen hoor en wederhoor had gekregen, maar het hof oordeelt dat de procedure voldoende rechtsbescherming biedt en dat voorafgaande inspraak niet wettelijk vereist is. Het bewijsaanbod van appellant wordt gepasseerd omdat hij geen feiten heeft gesteld die de vaststaande verdenking zouden weerleggen.
De registratie is proportioneel en niet onrechtmatig, ook gelet op het doel van het register en de belangenafweging. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De registratie van persoonsgegevens van appellant in het interbancaire incidentenregister is rechtmatig verklaard en het verzoek tot verwijdering is afgewezen.