ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ0736
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.C. Römer
- A.H.A. Scholten
- A.S. Arnold
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigd overgemaakt bedrag na onvoldoende onderbouwde fraudeverweren
In deze civiele zaak vordert de Bank terugbetaling van €13.827,02 die onverschuldigd op de rekening van appellant is overgemaakt en vervolgens grotendeels is opgenomen. Appellant betwistte de opname en stelde dat een derde de opname heeft verricht of dat de zakelijke relatie van de Bank betrokken was bij fraude.
De rechtbank oordeelde dat appellant het bedrag wel heeft opgenomen en wees de vordering van de Bank toe, met uitzondering van buitengerechtelijke kosten. Het hof bevestigt dit oordeel, waarbij het verweer van appellant onvoldoende onderbouwd en speculatief werd bevonden. Er is geen bewijs van overmacht of aangifte van vermissing van de bankpas.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant tot betaling van het bedrag, vermeerderd met rente en proceskosten. De vordering van de Bank slaagt op grond van onverschuldigde betaling, waarbij appellant als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: Het hof veroordeelt appellant tot terugbetaling van €13.827,02 en proceskosten, en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.