ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1691
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.M.J. Chorus
- L.A.J. Dun
- A.M. van Woensel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs medeplichtigheid afpersing en witwassen
De verdachte werd in hoger beroep geconfronteerd met beschuldigingen van deelname aan een criminele organisatie, medeplegen en medeplichtigheid aan afpersing, en witwassen van vermogensbestanddelen afkomstig uit afpersing. De tenlastelegging betrof onder meer gedwongen betalingen van grote geldbedragen aan het slachtoffer over een periode van 2002 tot 2004.
De verdediging voerde aan dat bepaalde gedragingen niet als afpersing kwalificeerden en dat de dagvaarding partieel nietig was. Het hof oordeelde dat de gedragingen in samenhang moesten worden bezien en verwierp het verweer. Het openbaar ministerie vorderde vrijspraak voor enkele feiten en veroordeling voor andere feiten, waaronder medeplichtigheid aan afpersing en witwassen.
Na uitgebreide beoordeling van het bewijs, waaronder getuigenverklaringen en de relatie tussen verdachte en medeverdachte, concludeerde het hof dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte opzettelijk behulpzaam was bij afpersing of wist dat vermogensbestanddelen uit afpersing afkomstig waren. De verdachte werd daarom vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplichtigheid aan afpersing en witwassen.