ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1821
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake belastingheffing over boekwinst bij overgang landbouwgrond naar privévermogen
Belanghebbende exploiteert een tuindersbedrijf en bracht in 1999 percelen over van zijn ondernemingsvermogen naar zijn privévermogen. De inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op, waarbij een boekwinst werd vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarbij de landbouwvrijstelling niet werd toegepast op de waardestijging van verhuurde percelen.
In hoger beroep stond centraal of er sprake was van een boekwinst en in hoeverre deze vrijgesteld was onder de landbouwvrijstelling. Het Hof overwoog dat de percelen sinds 1994 niet meer in het landbouwbedrijf werden gebruikt, omdat zij verhuurd waren aan derden en niet voor eigen bedrijfsuitoefening werden aangehouden. Hierdoor is de landbouwvrijstelling slechts van toepassing op het verschil tussen de boekwaarde en de waarde in het economisch verkeer bij voortgezet agrarisch gebruik (WEVAB) per 1 januari 1994.
Het Hof stelde de waarde in het economisch verkeer per 31 december 1999 vast op ƒ 17 per m² en de WEVAB per 1 januari 1994 op ƒ 5 per m². De boekwinst werd vastgesteld op ƒ 219.982, waarvan ƒ 184.440 belast werd en ƒ 35.542 onder de landbouwvrijstelling viel. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van € 85.408. Tevens werd belanghebbende in de proceskosten en griffierechten in beide instanties veroordeeld.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1999 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van € 85.408 en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten en griffierechten.