ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1922
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.P.J.A.M. van der Pol
- M.J. Stolwerk
- L.E.M. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen overtreding Wet toezicht kredietwezen bij aantrekken en bemiddelen van gelden
Het Gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de rechtbank Utrecht vernietigd en doet in hoger beroep opnieuw recht. Verdachte werd ten laste gelegd dat hij in de periode van december 1998 tot juni 2000 samen met anderen bedrijfsmatig gelden van het publiek aantrok en/of bemiddelde in strijd met artikel 82 lid 1 van Pro de Wet toezicht kredietwezen 1992.
De verdediging voerde onder meer niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie aan wegens verstreken tijd en onrechtmatige bewijsvergaring, maar het hof verwierp deze verweren. Wel erkende het hof dat de procedure onwenselijk lang heeft geduurd, meer dan acht jaar, wat in de strafmaat werd betrokken.
Het hof stelde vast dat verdachte en zijn medeverdachten opzettelijk en bewust samenwerkten in het aantrekken van gelden, waarbij zij cliënten adviseerden en begeleidden bij het beleggen in investeringsprogramma's met hoog rendement. Het hof verwierp het verweer dat verdachte geen bemiddelaar was en dat er geen sprake was van opvorderbare gelden. Ook het verweer dat verdachte geen opzet had werd verworpen, omdat opzet op de strafbaarheid niet vereist is en verdachte wist dat hij geen vergunning had.
Uiteindelijk werd verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 180 uur, waarbij de gevangenisstraf niet direct wordt uitgevoerd tenzij binnen de proeftijd een nieuw strafbaar feit wordt gepleegd.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voorwaardelijk en 180 uur taakstraf wegens medeplegen overtreding Wet toezicht kredietwezen.